Onderzoek en onderwijs in de werkplaats – Studenten presenteren innovatieve tussenzool voor voorspellen valrisico
In het project Mijn (t)huis, mijn kwaliteit van leven werken we toe naar een instrument dat inzicht geeft in cliënt-, situatie- en zorgprocesfactoren die bijdragen aan het ontstaan van crises in de thuissituatie en leiden tot spoedplaatsingen in de ouderenzorg. Een verhoogd valrisico is zo’n factor. Twee Engineering-studenten van
Windesheim, Tom Braakman en Joël Ligtenberg, hebben hun ontwerpopdracht uitgevoerd binnen het project en op basis van verzamelde data en bestaande literatuur ontwikkelden zij een slimme tussenzool die indicatoren voor valrisico monitort en analyseert. Op dinsdag 9 juni presenteerden ze hun resultaten aan de projectpartners en andere geïnteresseerden.
De tussenzool is ontworpen om veranderingen in het looppatroon van kwetsbare mensen tijdig te signaleren, waardoor een verhoogd valrisico mogelijk vroegtijdig kan worden voorspeld. Tijdens de presentatie namen de studenten de aanwezigen mee in hun ontwikkelproces en gaven zij een demonstratie van de tussenzool. Ze lieten zien hoe de zool werkt en hoe de verzamelde gegevens kunnen worden uitgelezen en geïnterpreteerd.
Ook was er ruimte voor vragen uit het publiek. De studenten lichtten onder meer toe wat de meerwaarde van hun oplossing is ten opzichte van bestaande valpreventietechnologieën en waarin deze verschilt van bijvoorbeeld een smartwatch of hardloophorloge dat eveneens loopgedrag registreert.
De discussie maakte zichtbaar dat de slimme zool volgens toehoorders interessante mogelijkheden biedt. Waar een smartwatch vaak minder consequent wordt gedragen of minder specifiek is in het meten van loopbewegingen, kan een zool continu en dicht bij de brongegevens verzamelen over veranderingen in het looppatroon. Daarnaast werd verkend of een combinatie van verschillende meetinstrumenten, zoals een horloge én een zool, in de toekomst nóg rijkere inzichten kan opleveren.
De presentatie maakte ook duidelijk dat het huidige prototype nog verdere doorontwikkeling vraagt. Nog niet alle indicatoren voor valrisico zijn opgenomen en de eerste metingen zijn uitgevoerd bij gezonde proefpersonen. Een logische vervolgstap is daarom om de technologie te testen bij mensen die daadwerkelijk een verhoogd risico op vallen hebben, bijvoorbeeld binnen de groep thuiswonende ouderen of mensen met een chronische aandoening.
De aanwezigen zagen veel potentie in langdurige monitoring. Juist het volgen van veranderingen in het looppatroon over een langere periode kan mogelijk helpen om achteruitgang vroegtijdig te signaleren en tijdig ondersteuning of nader onderzoek in te zetten. Ook werd het belang benoemd van het beter begrijpen van valincidenten in het dagelijks leven, bijvoorbeeld tijdens onverwachte situaties of gecombineerde bewegingen die mensen uit balans kunnen brengen.
Wij kijken terug op een geslaagde bijeenkomst. Na de zomer gaan we met Tom en Joël verder in gesprek over mogelijke vervolgstappen. Daarbij verkennen we onder meer hoe het prototype verder kan worden doorontwikkeld, welke aanvullende indicatoren relevant zijn om mee te nemen en hoe de slimme zool in vervolgonderzoek kan worden getest bij mensen met een verhoogd valrisico. Ook onderzoeken we de mogelijkheden voor langdurige monitoring in de thuissituatie en de combinatie met andere meetmethoden.
Meer informatie over het project Mijn (t)huis, mijn kwaliteit van leven vind je hier.



